|
|
Z w e e t h o n d e n s t a t i o n "D e P e e l"
Natuurnazoek - Zweetwerkproeven - Trainingen - Presentaties |
|
|
Wondtekens
|
Zweetwerk Nederland is klein, en soms ook te klein om de natuur en de wildstand in harmonie met onze drukke samenleving te laten samengaan. Dit betekend dat er soms in natuurgebieden, maar ook waar natuurgebieden grenzen aan de openbare gebieden er soms onbedoeld schade wordt aangericht aan de wildstand. Hetzij door aanrijdingen met een overstekende ree, hert of vos. Of door een mislukt jagerschot waardoor het gewonde wild in paniek wegvlucht en soms een pijnlijke dood sterft, mits er niet snel gehandeld wordt. Handelend optreden betekent: Zo snel als mogelijk het gewonde dier opsporen en indien nodig zo snel mogelijk uit het lijden te verlossen. Dat niet iedereen hiertoe zelfstandig in staat is, is begrijpelijk en het is daarom ook verstandig zo snel mogelijk hulp in te roepen van een specialist om het nazoeken van het gewonde of reeds dode dier te bespoedigen. In Nederland kan men daartoe dan ook het best een beroep doen op de daarvoor opgeleide specialisten, onze 'zweethonden'. Helaas een fenomeen dat in Nederland nog geen al te grote bekendheid geniet, zodat het gezegde,"onbekend maakt onbemind" voor deze honden helaas nog steeds opgaat. Maar zoals zo vaak het geval is, nood breekt wet. Want het aantal aanrijdingen met wild neemt schrikbarende vormen aan en steeds vaker komt het voor, dat het aangereden wild, zonder dat men zich hierom bekommert, ligt dood te bloeden of een langdurige eenzame doodstrijd voert. Zweetwerk is ook een noodzakelijke link tussen jacht en wildbeheer. TAKEN VAN DE GROFWILDJAGER TER VOORKOMING VAN HET ZIEK SCHIETEN ALSMEDE DE TAKEN VAN DE JAGER OM OPTIMAAL WERKEN VAN DE ZWEETHOND MOGELlJK TE MAKEN..... Herr Arjes. Ervaringscijfers beschikbaar gesteld door Hrr Arjes - Duits Forster en als beheerder van een omvangrijk jachtgebied ook trainer van Hannoveraanse Zweethonden en Teckels. In
2001 heeft hij bij de duitse televisie zender ADR tijdens de grofwildjachten
het werk van een getrainde zweethond nader toegelicht. In
20 % van het totaal is dan ook nazoek nodig hetgeen voor de nazoek op
zwart- en rood-wild op een totaal van 300 nazoeken op jaarbasis
uitkomt . Nazoeken die allemaal langer zijn dan 400 meter, in
Duitsland worden kortere nazoeken niet geregistreerd.
Dit houdt dus ook
in dat de helft van de succesvolle nazoeken het een zgn "dood-zoek"
betrof. Statische gegevens die van groot belang zijn met name wanneer bepaald moet worden met welke hond, welk ras, een nazoek dient te worden uitgevoerd. Hierover later meer. JAGERSPLICHT Het is de weidelijke plicht van een (grofwild) jager om het te schieten wild SNEL en ZONDER lijden te schieten. In gevallen dat dit niet lukt dient het lijden zo kort mogelijk te zijn en ingeval het stuk ziek wordt aangetroffen moet het stuk uit zijn lijden worden geholpen. Waar moet de jager op letten VOOR het schot ?
De keuze van het juiste
kaliber patronen De ervaren jager beveelt in deze aan om kogelpatronen van 8 mm te gebruiken, uiteraard zijn er zeer veel jagers die prima resultaten behalen met bv 7 x 65R patronen. Maar wordt er "ziek" geschoten zal een 8 mm een groter uitschot hebben; meer zweet veroorzaken en daarom een korter durende nazoek tot gevolg hebben. Aan de weidelijkheidsplicht wordt met een zwaarder kaliber dus sneller voldaan.
Het inschieten van het wapen is noodzaak. Immers een geringe foutieve afstelling van de kijker veroorzaakt over een afstand van 80-100 meter diverse centimeters afwijking, hetgeen het verschil tussen ter plaatse dood en een nazoek kan betekenen. Inschieten op de praktijk afstand van ca 100 meter wordt aanbevolen dus niet op de door de firma KETTNER in de catalogus aanbevolen 190-205 meter. Oefenen - oefenen -oefe....
Ook de schietvaardigheid van
de grofwildjager moet voortdurend middels oefenen op de schietbaam "op
peil" worden gehouden. Te dikwijls moet vastgesteld worden dat niet-getrainde jagers brutaalweg de beste plaatsen tijdens de jacht opeisen. Ook het voordurend alert zijn op het eigen gezichtsvermogen om de correcte afstand in te schatten is een kwestie van oefenen. Het schieten Steun het geweer niet op een harde ondergrond, door de terugslag zal het geweer altijd iets opstuiten en het schot komt zeker niet goed af. Aan te bevelen is een jas, deken of de hand tussen harde ondergrond en loop te houden. Schiet NOOIT op de nek ; immers bij de geringste afwijking worden de voedsel organen geraakt. Het stuk is en blijft sterk en is niet door de beste zweethond te vinden , maar sterft absoluut een verschrikkelijke dood. Het aanspreken van het wild Dit is ter voorbereiding van een eventuele nazoek van groot belang, immers betreft het bv een kalf dan zal dit ingeval van nazoek altijd in de buurt van de moeder blijven en MOET het kalf door een hetze uit de groep gedreven worden alvorens het gesteld kan worden. De taak van de jager NA het schot Repeteren Stelt de jager vast dat het schot niet goed is afgekomen dan moet direkt een 2e en eventueel ook een derde schot worden afgevuurd. Immers het stuk is reeds "ziek" en de jagersplicht eist dat het lijden zo kort mogelijk dient te zijn.
Luisteren
Na het afschieten dient de
jager al zijn zintuigen te gebruiken om het resultaat van het schot
vast te stellen, dus OOK het gehoor.
Hoe lang wachten ?? De algemeen bekende stelling " 1 sigaret lang " is voor de BEROEPSJAGER een te theoretische benadering; het gedrag van het ziek geschoten stuk is maatgevend Stelt de jager vast dat het waarschijnlijk een loperschot is dan "weet" hij dat het zieke stuk de eerste de beste dekking zal zoeken voor het eerste wondbed. De jager mag dan absoluut niet zelf op onderzoek gaan, of zijn hond losmaken !! Hij moet van het stuk afgaan en een zweethond oproepen. De wondkoorts kan zijn werk doen, het zieke dier voelt zich niet opgejaagd en de kans op een korte succesvolle nazoek neemt toe. Bij te snel zoeken wordt de kans op succes klein, het zieke dier wordt ver weg gedreven, het vlees verzuurt kort en goed, de beroepsjager wacht ten minste 2 - 3 uur voor hij het wondbed gaat onderzoeken ! Wat leert de aanschotplaats ? VEEL heel VEEL : longstukjes ? Direkt gaan zoeken !! het zieke dier is op korte afstand te vinden. botstukjes? Ingeval het een loper schot betreft; wachten om de wondkoorts zijn werk te laten doen, en een zweethond op te roepen. Een hetze is niet uit te sluiten wei-schot ? Rustig wachten op middelgrote afstand zal het stuk met een doodzoekgevonden worden. darm-delen ? Zeer gevaarlijk een dergelijk ziek dier te naderen, vooral bij zwart wild. Een sterke zweethond moet worden opgeroepen omdat een hets wordt verwacht. snijhaar ?. .............. dit vergelijken met een zelf aangelegde kaart, immers aan de hand van snijhaar is bv te bepalen of het schot is aangekomen !! CONCLUSIE inzake de brandende vraag "hoelang wachten" :
Allereerst van afstand vast
stellen of het stuk ter plaatse ligt. Is de vaststelling " nazoek " dan een getrainde zweethond oproepen die een drietal uur later aan de nazoek kan beginnen. Langer wachten vergroot de slagingskans van de nazoek echter de kwaliteit van "het vlees" neemt af. Deze twee zaken afwegen betekent dat er altijd een compromis moet worden gevonden. Wat NOOIT een vraag mag zijn: Onder geen enkele voorwaarde nazoeken na zonsondergang, dit dient geen enkel doel ! Welke hond moet worden opgeroepen ?:
Ten alle tijden dient een
gekwalificeerde hond te worden opgeroepen, nazoeken met een niet
gekwalificeerde/getrainde hond is simpelweg onweidelijk. In Duitsland zijn ruim voldoende gekwalificeerde zweethonden aanwezig daardoor kan de grofwild jager ook in deze aan zijn verplichtingen voldoen. In Nederland bestaat een zweethonden lijst echter er wordt niet gecontroleerd of de hond gekwalificeerd is tijdens een keuring of door ervaring in het veldwerk. Wanneer is een hond als zweethond gekwalificeerd ? Dit zijn allereerst de honden die ten overstaan van deskundige keurmeesters een overnacht spoor van 500 of 1000 meter correct hebben uitgewerkt. Hiertoe dient men de honden te trainen op sporen van 2 tot 3 dagen oud met minimaal zweet Vooral de rassen geschikt voor "doodzoek" kunnen dergelijke oude sporen zeer goed uitwerken. Honden met extreem reukvermogen in combinatie met de gave om uren geconcentreerd en gepassioneerd te zoeken, immers als reaktie op de plotselinge pijn zal de adrenaline bij het zieke stuk dramatisch snel stromen echter na ca 200 meter komt het zieke dier tot rust en verandert de reuk die wordt afgegeven. De zweethond moet zich tijdens de nazoek diverse malen aan passen aan de afgegeven reuk en ook de hoeveelheid zweet zal tijdens de nazoek veranderen. Rassen die van nature bogen slaan van 20 - 80 soms wel 100 meter zijn geschikt om getraind te worden voor het zweetwerk. In deze zijn staande honden / retrievers ed niet van nature geschikt, immers bij verlies van het spoor gaan dergelijke honden al te snel over op een verleiding en lopen steeds verder van het spoor weg zonder dit weer op te (kunnen) sporen.
Honden die in staat zijn om
na soms uren lang riemenwerk een
hetze over kilometers
lengte te kunnen uitvoeren om dan het stuk
te stellen. De goede zweethond blijft zgn "stand-luid" geven tot zijn voorjager arriveerd. Dikwijls is in deze het gebruik van TELEMETRIE apparatuur noodzakelijk, op deze techniek ging Hrr von Bottmer in zijn lezing van september-1994 voor de JBN diepgaand in. De beroepsjagers benadrukken altijd weer dat alleen de voorjagers het vangschot moeten plaatsen, immers HIJ alleen kent het gedrag van zijn honden voorkomt hierdoor onnodige gevaarlijke situaties. Als voorbeeld van een minder geschikte hond voor dit laatst genoemde werk noemt de beroepsjager een dwerg-teckel.
Immers een derge lijk hondje
zal lichamelijk uitgeput raken als hij / zij bv 700 meter lang de riem
door buntgras heeft moeten trekken en als daarna een hetze moet worden
uitgevoerd zal een ieder begrijpen
dat het "stellen" van een stuk roodwild teveel
gevraagd is. Een dergelijk hondje inzetten voor nazoek op zwart-wild is eenvoudig weg gevaarlijk en te kwalificeren als "onverantwoord" tegenover de hond. Welk rassen zijn het meest geschikt ?? Voor de korte nazoek (100-200 meter) , hetgeen eigenlijk niet zozeer een "nazoek" is maar meer gezien moet worden als het verlenen van assistentie, is iedere getrainde hond inzetbaar. In deze kunnen ook staande honden gebruikt worden. Van belang is dan dat hond + voorjager op elkaar zijn ingewerkt. Voor de lange / zeer lange nazoek zijn de BRAKKEN RASSEN van nature de geschikte honden ; immers deze specialisten zijn er lichamelijk op gebouwd. Het zoeken met "diepe neus" vraagt van deze rassen geen inspanning, dit kan gedurende uren met volledige concentratie worden volgehouden De brakken rassen - Hannoveraan / Bayer / Beagle / Teckel / Sabueso / Dasbrak en Drever o.a, zijn rustig zoekende honden en gaan ingeval van het kwijtraken van het spoor ook de noodzakelijke BOGEN slaan en komen dus altijd weer op het spoor terug. Met name deze ras-eigenschap moet tijdens het trainen gestimuleerd worden.
HET DOEL VAN IEDERE NAZOEK
IS OM HET ZIEKE DIER SNEL EN VERANTWOORD UIT ZIJN LIJDEN TE VERLOSSEN,
WERK WAARBIJ MEN
PROFESSIONEEL EN MET OPTIMALE INZET IN DIENST VAN DE NATUUR WERKT. HET NASTREVEN VAN EIGEN ROEM OF BELANG ALSOOK WERKEN MET NIET GOED GETRAINDE HONDEN IS.........ONWEIDELIJK. ( Uit: de ondersteunende tekst tgv. de lezing door, Hrr Arjes 01 oktober 1995 )
Zweethondenstation "De Peel" is aangesloten bij vereniging het Reewild en Zweethondenlijst Noord-Brabant |
|
| home | wat is zweetwerk | oefensporen | weidelijke gebruiken | wondtekens | de honden | contact |