|
Sabueso Español
betekent
letterlijk vertaald; Spaanse Speurhond. Dus speuren hoeft de
hond niet te leren, dat zit al duizenden jaren in z'n genen
verpakt. Een groot voordeel van de Sabueso is, dat deze in de
leefgebieden van het land van oorsprong gewend is aan enorme
temperatuurverschillen en sterk wisselende
terreinomstandigheden. Het noorden van Spanje in de bergketens
van Asturië wordt gekenmerkt door zijn warme wisselvallige
zomers en koude winters. Door zijn bijzondere nieren kan de
Sabueso ook veel water opnemen en dit heel lang vasthouden. Het komt
zelden voor dat de hond drinkt tijdens het werk. Vanwege deze
eigenschappen heeft de Sabueso dus een fysieke voorsprong op
veel andere rassen. Wat we de Sabueso dus leren, is
wàt er gezocht moet worden en wat wij van de hond
verlangen. Discipline en concentratie zijn de twee pijlers
waarop we de honden toetsen vanaf pup tot jonge hond.

Goed
voorbeeld doet goed volgen.
Selectie De opleiding en training van de Sabueso Español tot
functionele zweethond verschild wezenlijk niet veel met de hiervoor
gebruikelijke methodes die bij alle typen honden, die voor dit specifieke
werk nodig zijn, wordt toegepast.
Belangrijk is dat wordt geleerd voor welk
soort werk zijn excellente neus wil worden gebruikt. In het land van
herkomst wordt de Sabueso voor meerdere disciplines ingezet. Zowel het in
groepen opdrijven en achtervolgen van grof haarwild, alsmede het opsporen
en verwijzen van zoekgeraakt gewond wild, zijn disciplines die deze honden
in de genen zit.
Belangrijk is dus, om bij deze honden al op jeugdige
leeftijd de mate van aanleg voor het specifieke zweetwerk uit te testen.
Dit vast stellen is tevens het moeilijkste binnen het
opleidingscircuit van de Sabueso. Want is eenmaal duidelijk dat de aanleg voor het
gedisciplineerd werken aan de lange lijn als prettig wordt ervaren, is
succes verzekerd. De Sabueso is een zeer zelfstandig werkende hond, en
verdraagt dus op geen enkele wijze druk. Is de animo bij het zoeken aan de
lange lijn bij de hond vastgesteld, dan is het belangrijk deze animo in
stand te houden door de hond steeds positief te belonen na de training of
het uitlopen van een oefenspoor. (Zelfs voor de ervaren getrainde honden
is deze beloning een belangrijke factor voor een succesvolle nazoek).
Associatie
Zeer belangrijk bij de opleiding en training
tot zweethond is de associatie die bij de hond ontstaat bij de
voorbereidende handelingen. Kortom die handelingen, thuis, in de auto of
in het bos waaraan de hond kan zien wat er gaat gebeuren en een zodanige
positieve spanning teweegbrengt, dat de hond uiteindelijk, zonder al te
grote inspanning van de voorjager zijn taak volbrengt.
Belangrijke associaties zijn bijvoorbeeld de
Zweetband
en Zweetlijn. Maak nooit de fout, deze attributen te gebruiken bij de
normale wandeling, maar maak de hond duidelijk, dat deze attributen
uitsluitend en alleen worden gebruikt bij het werk dat wordt verlangt.
Want dan zal de hond, bij het tevoorschijn halen van de lijn, direct het
verband leggen naar wat er van hem of haar wordt verwacht.
Een even belangrijke associatie is
de beloning
die de hond krijgt na het volbrengen van zijn of haar oefening, training
of nazoek. Zorg er voor dat deze beloning afwijkt van de beloning die de
hond thuis of elders ontvangt in de vorm van bv. een koekje. Onderzoek wat
de hond naast zijn gebruikelijke beloning of voeding erg lekker vind. Dat
kan zijn: Kattenvoer, een Frikadel, een stukje kaas etc...en toon het de
hond tijdens de voorbereiding thuis of in het veld. Dit soort associaties
doet bij honden soms wonderen.

Training Naast de bovengenoemde associatie is het belangrijk de
honden regelmatig te trainen om sporen in het juiste tempo en discipline
uit te werken. Dit doen we door het uitzetten van z.g.n.oefensporen.
Dit zijn kunstmatige goed gemarkeerde zweetsporen van uiteenlopende
lengte, met daarin nagebootst de omstandigheden die een zweethond
tegenkomt bij een natuur nazoek. Dit houd in, dat een plek wordt
gecreëerd waar het gewonde wild het laatst is waargenomen en aangeven
welke richting het gewonde dier is gevlucht. Ook wordt een spoor uitgezet
wat bestaat uit alles wat een zweethond kan tegenkomen bij het uitwerken
van een spoor. Dat kan o.a. zijn: Stukjes snijhaar,
longstukjes,
botsplinters en uiteraard
bloed (zweet) van het gewonde dier. Belangrijk is wel,
dat na een bepaalde periode deze training wordt gewijzigd door het
verminderen van het aanwezige snijhaar, longstukjes en botsplinters weg te
laten en het bloedspoor sterk te verdunnen door dit te vermengen met
runderbloed. Het effect hiervan is, dat de zoekactiviteit van de hond
hierdoor wordt gestimuleerd en zich daardoor sterker zal concentreren op zijn werk.
Het trainen van de hond op inspectie van de aanschotplek
inclusief het aanwijzen van de vluchtrichting is essentieel in de
opleiding tot zweethond. Is dit niet getraind of weggelaten bij de
oefensporen, dan mist de hond het belangrijkste onderdeel van een nazoek
namelijk: Het neus nemen met de geur en de keuze van de juiste richting na
het aanzetten. Het niets weten over de vluchtrichting kost soms uren extra
inspanning bij de hond en leidt tot frustratie bij de volgers.
 |
 |
|
Opgebouwde
spanning bij omdoen van de Zweetlijn.....
|
Inspectie van
het wondbed....... |
Ook belangrijk bij de training en het lopen van de
oefensporen is, het herkennen van de ' wondbedden', dat zijn de
plaatsen waar het gewonde wild tijdelijk gaat liggen om op krachten te
komen. In deze wondbedden bevinden zich in de meeste gevallen aanwijzingen
in de vorm van extra zweet en snijhaar. Vaak veranderd, na het verlaten
van het wondbed, de vluchtrichting en kan na inspectie soms aan de hand
van de afzetplek de nieuwe vluchtrichting worden bepaald. Op deze momenten
kan de voorjager de hond extra ondersteuning verlenen.
Fährtenschuh
Handig is het om te weten, dat het
trainen met de Fahrtenschuh, dat zijn schoenen voorzien van een
loper met hoef om prenten na te bootsen, zoals
gebruikelijk is bij het trainen met de Bayerische
Gebirgsschweißhund bij de Sabueso Español niet nodig is. De hond
heeft een aangeboren talent om bodemverwonding te herkennen en
de gevonden prenten te selecteren op vluchtgeuren. De geopende
prenten van een vluchtend ree worden zonder al te veel moeite
onderscheiden van de gesloten prenten van een rustig stappende
ree.
Teamwork Zweetwerk is teamwork
en dat betekent dat
niet alleen de hond getraind dient te worden, maar ook de voorjager. De
voorjager moet in staat zijn op momenten dat de neus van de hond niet
volstaat omdat er om welke reden dan ook geen geur is waar te nemen met de
ogen de hond aan te vullen. Vaak zijn het subtiele aanwijzingen op de
bodem die ertoe kunnen leiden dat de voorjager de nazoek tijdelijk
overneemt, bijvoorbeeld als aan de diepte van de hoefafdrukken kan worden
vastgesteld, dat deze niet van een gewond dier zijn waardoor de hond
opnieuw moet worden aangezet. Ook bij het vinden van een wondbed, zoals
hierboven reeds aangegeven, kan de voorjager de hond van dienst zijn. Let
wel op, dat het in de praktijk kan voorkomen, dat een aangeschoten stuk
wild, niet ziek genoeg is en zich dus nog in de kudde bevind. Kan dit
worden geconstateerd, dan kan in overleg met de jager worden besloten de
nazoek voorlopig te stoppen, want alleen een erg ziek stuk zal zich
afzonderen van de kudde of roedel.
Zolang het zieke dier mee kan met de kudde of roedel heeft een nazoek geen
enkele zin.

Een tip voor elke voorjager:
Neem bij de aanschotplek wat zweet, snijhaar of uitschot mee, dat
onderweg, als de hond om wat voor reden dan ook, het spoor bijster is kan
dienen om de hond extra neus te geven. Zorg er tevens voor wat water mee
te nemen. Vooral bij een lange nazoek bij warm weer drogen de neusspiegel
en de lippen snel op en verliest de hond reukvermogen. Wat water over de
neus en de lippen en eventueel een extra geurstimulans met het meegenomen
zweet en snijhaar kan de hond weer aan het werk zetten en tot succes leiden.
Het is soms prachtig om te zien, dat wanneer de hond de uitputting nabij
lijkt, bij het vinden van extra "verwijzing", plotseling weer
een enorme speurzin ontwikkeld en de combinatie weer op weg helpt.
 |
 |
| Kiezen van de
vluchtrichting...... |
De opgebouwde
spanning wordt omgezet in actie ! |
Even belangrijk bij het trainen van zweethonden is het 'lezen'
van de hond door de voorjager. Ook een zweethond is in eerste aanleg een
jachthond met de natuurlijke nijging, levend wild op te sporen. Gebeurt
het, dat tijdens een nazoek of het lopen van een oefenspoor, gezond wild
het spoor kruist of zelfs tijdelijk beloopt, zal de hond in veel gevallen uit
nieuwsgierigheid ook dit spoor willen uitwerken. Als het een vers spoor
betreft gaat dit meestal gepaard met een ander speurgedrag. Bij veel
brakkenrassen is een duidelijk snellere laterale staartbeweging, met de
nijging tot stöberen (het opstoten van wild)waar te nemen, een indicatie dat een vers
wildspoor wordt opgepakt. Een tip voor elke voorjager:
Probeer
bij het werken met verwijsstukjes in de vorm van vlees, percelen te mijden
waar zich veel vossen of dassen ophouden. U zult namelijk merken, dat de
verwijsstukjes kunnen zijn verdwenen en dat de dominante geur van de vos
of de das voor de trainende zweethond aanleiding is om vaak luid gevend
dit "warme" spoor te volgen. Heeft de vos of de das het volledige
spoor afgestroopt, dan zal de hond zeer snel dit oefenspoor uitlopen. De training moet dan echter wel als mislukt beschouwd worden. Van belang is dus,
dat de voorjager in voorkomende gevallen ingrijpt en de hond leert door
middel van repeterende commando's zich te corrigeren. In gevallen van
duidelijke verleiding is het verstandig de hond terug te halen en een
pauze in lassen tot de hond tot rust is gekomen. Ook kan het van
belang zijn de hond terug te zetten naar een wondbed of een plek met
duidelijk zweet, voordat het spoor weer wordt vervolgt. De te gebruiken
commando's zullen voor de hond begrijpelijk moeten zijn. De meest
gebruikte commando's zijn: "Zoek gewond",bij
aanvang, "Ja, braaf", of "Ja
Goedzo" als de hond duidelijk op het spoor loopt, "Nee,
alleen gewond", als de hond verleiding neemt, en "Blijf",
als u vindt dat er aanleiding is de hond stil te zetten, b.v. bij een
dreigende confrontatie met een gewond dier of wisselend wild.
Einde nazoek
Aan alles komt een eind, dus ook aan een spoor en daar vindt de hond en
voorjager zijn ultieme doel in de vorm van het gezochte stuk wild en niet altijd heeft dat het gewenste effect op de hond.
1.soms schrikt het dier en blijft op afstand,
2.en soms trekt de hond in een boog om het stuk heen, op alles voorbereid, en ook
vaak 3 toont de hond geen enkele interesse in het stuk.
In het 2e geval is
er geen aanleiding om extra trainingsarbeid te verrichten, want de hond
vertoont een natuurlijk aangeboren gedrag om het gewonde dier met alle
voorzichtigheid te benaderen en zorgt er tevens voor dat bij een eventuele
vlucht het dier voor de jager komt en zo de gelegenheid krijgt tot een
vangschot. In de gevallen (1) en (3) is het van belang de hond te
stimuleren het stuk te benaderen op uw commando en tevens is het
verstandig om de hond aan te leren dat de meegenomen beloning pas wordt
gegeven als het stuk tot op de laatste meter is gehaald.
Zijn de hond en zijn voorjager in staat al het bovenstaande
te verwezenlijken, dan kunt u zich met een gerust hart een getrainde
combinatie noemen, en is het"Weidmannsheil "
vaak uw deel. |