|

|
Terminologie
Het mannelijk ree
heet Bok,
het vrouwelijke ree,
Geit of
Rikke.
De meestal twee jongen heten
Kalveren
of
Kits,
onderscheiden in
Bokkalveren of
Bokkitsen
en
Reekalveren
of Geitkalveren.
De éénjarige geit
Smalree. De
wintergroepen noemen we een
Sprong.
De paartijd heet Bronst
De plaats waar een ree gaat
liggen heet Bed
of
Leger
De vacht heet Dos.
De witte vlek achterop heet
Spiegel,
bij een geit hartvormig bij een bok niervormig. Het mannelijk
geslachtsorgaan heet
Penseel. Van de geit
Schort.
De hals heet Drager,
de poten Lopers
en de hoeven Schalen.
De ogen zijn de Lichten,
de neus heet Windvang
de oren
Gehoor.
De bronsttijd heet
Bladtijd.
Wanneer de bok achter de geit aanzit
Drijft
hij. Als Reeën piepen noemen we dit
Fiepen,
blaffen ze dan heet dat
Schrikken.
Kijken ze opmerkzaam om zich heen, heet dat
Zekeren.
Het gewei groeit op een
Rozenstok.
De onderkant van de geweitak heet
Roos. De knobbels
noemen we
Parels.
Een onvertakt gewei is een
Spitser, met één
vertakking
Gaffelaar
en twee vertakkingen
Zesender.
Zijn de spitsen korter dan 5 cm.dan spreken we van een
Knopbok.
Als reeën eten heet dat
Laveien. De
uitwerpselen noemen we
Boonsel
en plassen is
Pekelen.
Het gewei in de groei is in de
Bast, wordt dit
verwijderd dan heet dat
Vegen.
Het territorium wordt afgebakend met
Veegtekens
aan bomen en struiken. Met de lopers heten dat
Krabplaatsen
in de bodem en worden met Geurklieren gemarkeerd. Tussen de
hoeven van de lopers zitten de
Klierzakjes
de afzetting vn geuren met de hoeven noemen we
Prenten. |
E-mail
|
Weidelijke
gebruiken
|
Breuken en jachthoornsignalen |
|
|
 |
Jagersroep |
|
De breuken en Weidgerechte boomsoorten zijn: De Eik, de
Els, de Grove Den, De Fijn Spar en de Douglas Spar (ook
Lariks en Zilverspar) |
De breuk, een groene twijg, dient er toe het aanschot of
het spoor aan te geven, of dient het ritueel van de
grofwildjager t.o.v. het wild. |
 |
 |
| De hoofdbreuk "Hauptbruch"
OPLETTEN ! |
Aanschotbreuk met
spoorbreuk rechts (Bok) |
 |
 |
| Spoorbreuk rechts(Geit) |
Spoorbreuk
onbekende richting (Bok) |
 |
 |
| Standplaatsbreuk.
Schotplaats in combinatie hoofdbreuk |
Wachtbreuk
(boven) Wachten opgeven
(beneden) |
 |
 |
| Waarschuwingsbreuk,
opletten, gevaar. |
De nazoekjager
overhandigd de JAGERSBREUK |
|
Reedood |
 |
 |
 |
| De hond draagt de
helft van Jagersbreuk. |
Inbezitnamebreuk
met laatste bete. |
|
 |
Einde jacht |
Zweethondenstation "De Peel" is aangesloten bij vereniging het Reewild
en
Zweethondenlijst Noord-Brabant
|
Opdokken van de zweetlijn►
|